Skip to content

Jongvolwassenen en Sportweddenschappen — Wat de Data Laten Zien

Updated september 2026
Licensed
usAvailable in US
Fast payouts
18+ Only
Jongvolwassenen en Sportweddenschappen — Wat de Data Zeggen
8 min. leestijd 45 weergaven Redactie trustlywedden

Jongvolwassene die op een telefoon een sportwedstrijd volgt in een huiskamer

Oververtegenwoordigd in aantallen, ondervertegenwoordigd in bedragen

Er zijn maar weinig groepen waarover zo stellig wordt gesproken en waarover de cijfers zo consequent iets anders zeggen. Jongvolwassenen van achttien tot en met vierentwintig gelden als de risicogroep bij uitstek, en dat beeld klopt en klopt tegelijk niet.

Het klopt in aantallen. Deze groep maakt 9,3 procent van de volwassen bevolking uit maar is goed voor 22 procent van alle gebruikte spelersaccounts. Meer dan twee keer oververtegenwoordigd, en dat is geen kleine afwijking.

Het klopt niet in bedragen. Per gebruikt account verliezen jongvolwassenen 34 euro per maand, tegen 73 euro voor alle leeftijden samen. Zij spelen ook op minder dagen: gemiddeld vier per maand, tegen 5,8 voor oudere spelers.

Dat spanningsveld tussen veel accounts en weinig geld is het hele verhaal, en het bepaalt waarom het beleid zich juist op deze groep richt. Ik loop hieronder na wat de cijfers laten zien, waarom accounts geen personen zijn, wat deze groep anders doet en waar het beleid naartoe beweegt.

Oververtegenwoordigd in accounts

Het getal van 22 procent is stabiel gebleken. Een halfjaar eerder lag het op 23 procent, en het beweegt binnen die bandbreedte al langere tijd.

Er zijn twee verklaringen die elkaar aanvullen. De eerste is triviaal: dit is de leeftijd waarop mensen accounts aanmaken. Wie op zijn achttiende begint, opent zijn eerste account in deze periode, en de leeftijdsverdeling van nieuwe accounts ligt structureel lager dan die van bestaande. De helft van alle spelersaccounts is van mensen jonger dan eenendertig, terwijl de mediane leeftijd van de volwassen bevolking rond de vijftig ligt.

De tweede verklaring is minder onschuldig. Deze groep is opgegroeid met kansspelen als normaal onderdeel van het medialandschap, in een periode waarin sportsponsoring en online reclame nog volop bestonden. De voorzitter van de toezichthouder vatte dat samen met de constatering dat kansspelen inmiddels volstrekt genormaliseerd zijn, zeker onder jongeren, en dat terwijl gokken minstens zo’n risicovolle bezigheid is als drinken.

Bij een genormaliseerde activiteit is het aanmaken van een account geen stap die je overweegt maar een handeling die je uitvoert. Dat verklaart de aantallen beter dan welke veronderstelling over risicozoekend gedrag ook.

Waarom accounts geen personen zijn

Hier zit een meetprobleem dat structureel tot verkeerde conclusies leidt, en het is de moeite waard om het scherp te hebben.

De cijfers over 22 procent gaan over gebruikte accounts, niet over mensen. Een persoon kan bij drie aanbieders spelen en telt dan drie keer mee. Als jongvolwassenen gemiddeld meer accounts per persoon aanhouden dan oudere spelers, dan is hun oververtegenwoordiging in accounts groter dan hun oververtegenwoordiging in personen.

Verschil tussen het tellen van accounts en het tellen van personen

De toezichthouder is daar zelf expliciet over: het is niet bekend of jongvolwassenen per persoon evenveel accounts gebruiken als oudere spelers. Alle uitspraken over verlies per persoon in deze groep staan of vallen dus met een aanname die niet is getoetst.

Dat betekent niet dat de cijfers waardeloos zijn. Het betekent dat je ze moet lezen als wat ze zijn: een beschrijving van accounts, niet van mensen. Wie ze presenteert als “jongvolwassenen verliezen minder”, trekt een conclusie die de data niet dragen.

Wat deze groep anders doet

Drie verschillen, en het eerste is het relevantste voor wie over sportweddenschappen nadenkt.

Jongvolwassenen wedden verhoudingsgewijs meer op sport. Van hun brutospelresultaat komt 23 procent uit sportweddenschappen, tegen 20 procent bij de overige spelers. Dat verschil oogt bescheiden maar het is consistent over meetperioden heen, en het zegt iets over waar de instap ligt: sport is voor deze groep de ingang tot de markt.

Ze spelen op minder dagen. Vier dagen per maand tegen 5,8 voor oudere spelers, en beide cijfers zijn ten opzichte van een halfjaar eerder gedaald. De intensiteit per account ligt dus lager, niet hoger.

Sportweddenschappen als ingang tot de markt voor deze leeftijdsgroep

En ze verliezen per account ruim de helft minder. Vierendertig euro tegen drieënzeventig. Daarbij hoort wel een kanttekening die het beeld kantelt: het inkomen van een volwassene is gemiddeld meer dan twee keer zo hoog als dat van een jongvolwassene. In verhouding tot wat iemand te besteden heeft, is dat verschil dus veel kleiner dan de absolute bedragen suggereren.

Er is nog een verschil dat zelden wordt benoemd en dat met de manier van spelen te maken heeft. Sport heeft een natuurlijk ritme: er is een speelronde, er is een uitslag, en daarna is het even klaar. Casinospelen kennen dat ritme niet en zijn op elk moment beschikbaar. Een groep die relatief vaker op sport wedt, speelt daardoor automatisch met meer ingebouwde pauzes, en dat verklaart een deel van het lagere aantal speeldagen.

Datzelfde ritme maakt de overstap naar casino wel riskanter, juist omdat die pauzes wegvallen. Bijna de helft van de accounts die voor sport worden gebruikt, wordt ook voor casinospelen ingezet, en die overstap is voor deze leeftijdsgroep even goed de meest afgelegde route als voor iedere andere.

Die verhouding is uiteindelijk wat telt. Vierendertig euro per maand voor iemand met een bijbaan weegt anders dan drieënzeventig euro voor iemand met een voltijdsalaris, en dat is precies waarom de wetgever deze groep als kwetsbaar aanmerkt.

Wat het beleid hiermee wil

Het uitgangspunt is expliciet geformuleerd en het is breder dan alleen deze leeftijdsgroep. De verantwoordelijke bewindspersoon stelde dat het belangrijkste uitgangspunt voor hem het beschermen van alle burgers tegen kansspelgerelateerde schade is.

Concreet vertaalt zich dat in maatregelen die deze groep harder raken dan andere. De nettostortingsgrens ligt voor jongvolwassenen op 300 euro per maand tegen 700 euro voor spelers van vierentwintig en ouder. Wie zijn eigen limiet boven de 150 euro per maand wil zetten, moet daarvoor contact opnemen met de aanbieder, waar die drempel voor oudere spelers op 350 euro ligt.

Daarnaast geldt dat online reclame alleen is toegestaan als ten minste 95 procent van het bereik uit personen van vierentwintig jaar of ouder bestaat — een eis die met het aangekondigde volledige reclameverbod overigens achterhaald raakt.

Lagere nettostortingsgrens voor jongvolwassenen

En er ligt een voorstel om de minimumleeftijd voor risicovolle kansspelen van achttien naar eenentwintig te tillen. Dat zou deze hele groep in één klap halveren, en het is het meest ingrijpende voorstel dat momenteel op tafel ligt.

Dat leeftijdsvoorstel is overigens omstredener dan de andere maatregelen, en niet alleen bij aanbieders. Een grens op eenentwintig creëert een groep van drie jaargangen die volwassen is, wel mag stemmen en werken, maar niet mag deelnemen aan een legaal gereguleerde markt. De voorspelbare uitkomst daarvan is dat een deel van die groep terechtkomt bij aanbieders die geen leeftijdsgrens handhaven omdat ze aan geen enkele regel gebonden zijn.

Dat is precies het spanningsveld waarin elke beschermingsmaatregel in deze sector zit: hoe strenger de legale markt, hoe aantrekkelijker de illegale voor wie erbuiten valt.

Het aandeel van jongvolwassenen in het brutospelresultaat daalde intussen licht: van 11,0 procent in de eerste helft van 2026 naar 10,2 procent in de tweede helft. Dat is geen dramatische beweging, maar de richting is de bedoelde.

Waar ik zelf op let bij deze cijfers

Twee dingen, en ze gelden voor iedereen die deze data leest of erover schrijft.

Kijk of een cijfer over accounts of over personen gaat. Dat onderscheid bepaalt de helft van alle mogelijke misinterpretaties in dit domein, en het staat zelden in de kop van een bericht.

Bedragen afzetten tegen het beschikbare inkomen

Let er ook op over welke periode een cijfer gaat. Halfjaarcijfers in deze sector schommelen genoeg om een trend te suggereren die er niet is, zeker bij een groep van deze omvang.

En zet een bedrag altijd naast een inkomen. Vierendertig euro is niet weinig als het uit een studiebeurs komt, en drieënzeventig euro is niet veel als het uit een modaal salaris komt. Absolute bedragen zonder die context zijn in deze discussie vrijwel betekenisloos.

Wie zijn eigen positie wil inschatten, heeft daar een bron voor die onafhankelijk is van welke aanbieder dan ook. Wat er in je eigen betaalgeschiedenis zichtbaar wordt en welke signalen daar eerder opduiken dan in je saldo, staat uitgewerkt bij de signalen die je in je eigen betaalgeschiedenis ziet.

Veelgestelde vragen over jongvolwassenen en wedden

Waarom krijgen jongvolwassenen extra aandacht in het beleid?

Omdat zij met 9,3 procent van de volwassen bevolking goed zijn voor 22 procent van alle gebruikte spelersaccounts, en omdat hun inkomen gemiddeld ruim de helft lager ligt dan dat van oudere spelers. De wet merkt hen daarom aan als kwetsbare groep, met een lagere nettostortingsgrens van 300 euro per maand en strengere eisen aan reclamebereik.

Verliezen jongvolwassenen meer of minder dan oudere spelers?

Per gebruikt account minder: 34 euro per maand tegen 73 euro gemiddeld. Ze spelen ook op minder dagen. Maar dat cijfer gaat over accounts en niet over personen, en het is niet bekend of deze groep evenveel accounts per persoon aanhoudt als oudere spelers. Afgezet tegen hun inkomen is het verschil bovendien veel kleiner dan de bedragen suggereren.