De Koa-Vergunning in de Praktijk — Welke Segmenten een Aanbieder Mag Aanbieden
Een vergunning is geen keurmerk maar een lijst met vakjes
De meeste mensen denken bij een vergunning aan een stempel: je hebt hem of je hebt hem niet. In werkelijkheid is een Nederlandse vergunning voor kansspelen op afstand opgebouwd uit losse onderdelen, en een aanbieder kan er sommige wel en andere niet hebben.
Dat is geen juridische spitsvondigheid. Het verklaart waarom je bij een partij wel kunt inzetten op voetbal maar niet op paardenrennen, waarom een aanbieder die je overal ziet adverteren toch een segment mist, en waarom “hij heeft een Ksa-vergunning” een minder informatieve zin is dan hij lijkt.
Ik loop hieronder na hoe het stelsel is opgebouwd, welke segmenten er zijn, waarom een vergunning hebben iets anders is dan aanbieden, en wat je hier concreet aan hebt als speler.
Hoe het stelsel is opgebouwd
Nederland kent sinds 2021 één vergunningstelsel voor online aanbod, dat alle legale online kansspelen dekt behalve loterijen. Daarvoor bestaan aparte stelsels, wat meteen verklaart waarom een staatsloterij en een sportsbook juridisch in verschillende werelden leven.
Een vergunning wordt verleend voor een of meer spelsoorten, in de wandelgangen segmenten genoemd. Een aanbieder vraagt dus niet “een vergunning” aan maar een vergunning voor specifieke categorieën, en de toezichthouder beoordeelt per categorie of hij daaraan kan voldoen.
Die opbouw heeft praktische gevolgen die tot in de kassa doorwerken. Een aanbieder met alleen een vergunning voor casinospelen mag geen sportweddenschappen aanbieden, ook niet als zijn techniek dat probleemloos zou aankunnen. Wil hij dat wel, dan dient hij een wijzigingsverzoek in om zijn vergunning uit te breiden — en juist uitbreiding richting sportweddenschappen komt met enige regelmaat voor.

Wat mensen daarbij vaak niet weten: een vergunninghouder is nooit verplicht om een vergund segment ook daadwerkelijk te exploiteren. Hij mág, hij moet niet. Sommige houders exploiteren zelfs geen enkel segment van hun vergunning.
Aan die vergunning hangt bovendien een pakket verplichtingen dat losstaat van welk spel je aanbiedt. De houder moet spelers vooraf identificeren, moet het uitsluitingsregister raadplegen voordat hij iemand toelaat, moet speellimieten aanbieden in een neutrale omgeving, moet risicovol speelgedrag monitoren en moet zijn gegevens aanleveren aan de toezichthouder. Dat laatste is geen formaliteit: de marktcijfers waarmee dit hele domein wordt beschreven, komen rechtstreeks uit die verplichte aanlevering.
Die verplichtingen verklaren waarom de stap naar een vergunning voor een aanbieder zwaar is. Het gaat niet om een administratieve drempel maar om een operationeel model dat op onderdelen haaks staat op hoe een niet-gereguleerde partij werkt. Registratie vooraf, een verplichte controle in een centraal register en een zorgplicht met handhaving erachter zijn geen instellingen die je aan- of uitzet; ze bepalen hoe je hele instroom is ingericht.
De vier segmenten
Ze zijn ongelijk van omvang, en dat verschil is groter dan iedereen aanneemt.
Er zijn casinospelen tegen het huis: tafelspelen en speelautomaatspellen, waarbij je tegen de aanbieder speelt. Dit is veruit het grootste segment. Er zijn casinospelen tegen andere spelers, waaronder poker en bingo. Er zijn sportweddenschappen. En er zijn paardenweddenschappen, die in Nederland een aparte categorie vormen.
De verdeling van vergunningen over die segmenten laat de verhoudingen zien. Per eind juli 2026 hadden 26 houders een vergunning voor casinospelen tegen het huis, 7 voor casinospelen tegen andere spelers, 20 voor sportweddenschappen en 9 voor paardenweddenschappen. Bijna iedereen doet casino, een ruime meerderheid doet sport, en paarden is een niche.

Die verdeling verklaart ook waarom het aanbod bij de meeste partijen op elkaar lijkt. Als vrijwel iedereen een vergunning voor casinospelen heeft en driekwart daarnaast sportweddenschappen aanbiedt, dan concurreren aanbieders niet op welk spel zij aanbieden maar op hoe zij het aanbieden. Het onderscheid zit in de gebruikservaring, de betaalmethoden en de voorwaarden, en niet in het assortiment.
De verhouding in omzet is nog schever dan die in vergunningen. Sportweddenschappen zijn goed voor 20 procent van het brutospelresultaat, casinospelen tegen andere spelers voor 1,8 procent, en paardenweddenschappen voor 0,2 procent. Twee segmenten zijn dus in commerciële zin marginaal, en dat verklaart een hoop over hoe aanbieders hun aanbod inrichten.
Een vergunning hebben is niet hetzelfde als aanbieden
Nergens is dat verschil zo zichtbaar als bij paardenweddenschappen, en het cijfer is bijna komisch.
Negen vergunninghouders mogen paardenweddenschappen aanbieden. Drie doen dat ook daadwerkelijk. De overige zes hebben de bevoegdheid en laten haar ongebruikt liggen — waarschijnlijk omdat een segment dat 0,2 procent van de markt vertegenwoordigt de operationele last niet waard is.

Datzelfde patroon zie je op vergunningniveau. In december 2026 telde Nederland 31 vergunningen voor online kansspelen, waarvan er 27 daadwerkelijk werden geëxploiteerd. Bij vier verleende vergunningen was de aanbieder nog niet gestart.
Hetzelfde geldt binnen de grotere segmenten, alleen valt het daar minder op. Een houder met sportrechten hoeft niet elke sport aan te bieden, en een houder met casinorechten hoeft niet elk speltype te voeren. De vergunning zet een buitengrens; wat er binnen die grens gebeurt is een commerciële keuze.
Voor jou als speler betekent dit dat de vraag “heeft deze partij een vergunning” onvolledig is. De bruikbare vraag is of deze partij een vergunning heeft voor het segment waarin jij wilt spelen, en of hij dat segment ook echt aanbiedt. Dat zijn drie verschillende dingen die in de communicatie voortdurend tot één worden versimpeld.
Wijzigingen tijdens de looptijd
Een vergunning is geen bevroren document. Hij kan gedurende de looptijd worden aangepast, in beide richtingen.
Uitbreiden gebeurt via een wijzigingsverzoek, en dat gaat opvallend vaak over het toevoegen van sportweddenschappen. De logica daarachter is commercieel: een aanbieder die al een casinopubliek heeft, ziet dat 46 procent van de accounts die voor sportweddenschappen worden gebruikt óók voor casinospelen worden ingezet. Sport is voor een casino-aanbieder dus een instroomkanaal.
Inperken komt ook voor, meestal doordat een aanbieder een segment laat vallen dat hij toch niet exploiteert. En een vergunning kan tussentijds onder druk komen te staan door handhaving, wat in het nieuwe beleidsvoornemen zelfs tot tijdelijke schorsing kan leiden bij het niet naleven van de zorgplicht.

Wat dit betekent voor een lijst die je ergens tegenkomt: die is per definitie een momentopname. Een overzicht van een half jaar oud kan aanbieders bevatten die er inmiddels niet meer zijn, en missen die er intussen bij zijn gekomen.
De marktverhoudingen bewegen daarbij harder dan de vergunningaantallen suggereren. Het gezamenlijke aandeel van de drie grootste aanbieders in het brutospelresultaat zakte van 45 tot 55 procent in december 2024 naar 30 tot 40 procent in december 2026. Binnen een jaar verloor de top van de markt dus een flink deel van zijn dominantie, terwijl het aantal vergunningen nauwelijks veranderde. Er kwamen niet veel nieuwe partijen bij; de bestaande verdeelden zich anders.
Dat is relevant voor wie een aanbieder kiest, want het betekent dat naamsbekendheid en marktaandeel steeds minder samenvallen. Een partij die je nauwelijks kent, kan een volstrekt normale vergunninghouder zijn met hetzelfde verplichtingenpakket als de grootste naam in de markt. En omgekeerd zegt een groot reclamebudget niets over de reikwijdte van de vergunning erachter.
Wat je hier concreet aan hebt
Drie dingen die je in dertig seconden kunt nakijken en die samen bepalen of je op de goede plek zit.
Kijk of de juridische entiteit — niet de merknaam — voorkomt in het openbare register van de toezichthouder. Merknaam en entiteit lopen regelmatig uiteen, en het register werkt met de entiteit. Die entiteit vind je terug op je bankafschrift na de eerste storting.
Kijk vervolgens of het segment waarin jij wilt spelen erbij staat. Een aanbieder met alleen casinorechten die toch sportweddenschappen aanbiedt, zit fout, en dat is een groter signaal dan welke vormgeving op zijn site dan ook.

Er is een vierde controle die weinig mensen doen en die het meest oplevert: kijken of het registratieproces bij de aanbieder klopt met wat een vergunning voorschrijft. Een vergunninghouder moet je identificeren en het uitsluitingsregister raadplegen voordat je kunt spelen. Kun je binnen een minuut storten en inzetten zonder dat er ooit om identiteitsgegevens is gevraagd, dan hoort die partij niet in het Nederlandse stelsel thuis, wat er ook op zijn website staat.
Dat is bovendien de enige controle die je niet kunt uitvoeren op basis van wat een aanbieder over zichzelf beweert. Een keurmerk is een plaatje en een lijst kan verouderd zijn, maar een registratieproces is gedrag, en gedrag valt niet te vervalsen zonder de dienst zelf te veranderen.
En let op de datum van de bron waar je op vaart. Bij 31 vergunningen waarvan er 27 actief zijn, en met wijzigingsverzoeken die doorlopend binnenkomen, is een lijst zonder datum waardeloos. Hoe groot het segment sportweddenschappen binnen dat geheel eigenlijk is, en hoe het zich verhoudt tot casino, staat uitgewerkt in de bespreking van hoe groot het segment onder deze vergunning is.